Watersportvereniging Banner

Regelgeving Oosterschelde

Voor het varen op de Oosterschelde zijn een aantal regels van belang, hier volgt een opsomming van de belangrijkste regels.
Artikelen uit Binnenvaartpolitiereglement voor kleine vaartuigen
Bron : Politie te Water te Wemeldinge

Volledige tekst Wetten en regelgeving Binnenvaartpolitiereglement op Overheid.nl

Artikel 9.03 Ligplaats nemen

Het is niet toegestaan ligplaats te nemen (ankeren en meren) op.
* Schelde-Rijn verbinding;
* Kanaal door Zuid Beveland;
* Brabantsche vaarwater, zuidelijk deel;
* Witte Tonnen Vlije;
* Engelse vaarwater;
* Aanloop Wemeldinge;
* Tholense Gat;
* betond hoofdvaarwater van Krammer, Keeten, Mastgat en Zijpe.
Als ligplaats nemen is toegestaan dan niet: langer dan drie achtereenvolgende dagen ligplaats nemen;
binnen 12 uren na deze drie dagen op nieuw ligplaats nemen.

Artikel 9.04 Kleine schepen

Als men niet is voorzien van een motor die voor onmiddellijk gebruik gereed is en waarmee een snelheid van tenminste 6 km per uur door het water kan worden gehandhaafd is het niet toegestaan te varen op:
* Schelde-Rijn verbinding;
* Kanaal door Zuid Beveland;
* Brabants Vaarwater;
* Witte Tonnen Vlije.
(De verplichting geldt niet voor roeiboten die als zodanig gebruikt worden)
Op deze wateren is het ook niet toegestaan om te laveren met zeilschepen en
is het verplicht om stuurboordswal te houden.

Artikel 9.04 lid 4 Slecht zicht

Een varend schip moet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen
Het is verplicht op een varend en een geankerd klein schip om bij slecht
zicht een goed functionerende radarreflector te voeren op:

* Volkerak;
* Zuid Vlije;
* Krammer;
* Zijpe;
* Mastgat;
* Keeten;
* Oosterschelde.

Artikel 6.16 Uitvaren en invaren van havens en nevenvaarwateren en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater

1
Een schip mag slechts een haven of een nevenvaarwater uitvaren en daarbij een hoofdvaarwater invaren of oversteken dan wel een haven of een nevenvaarwater invaren, nadat het zich er van heeft vergewist dat dit zonder gevaar kan geschieden.
2
Een groot schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een ander schip.
3
Een klein schip moet bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater voorrang verlenen aan een groot schip.
4
Een klein schip mag bij het uitvaren van een haven of een nevenvaarwater en het daarbij invaren of oversteken van een hoofdvaarwater dan wel bij het invaren van een haven of een nevenvaarwater medewerking verlangen van een klein schip.
5
In afwijking van het tweede, derde en vierde lid moet een schip dat een lateraal gemarkeerd hoofdvaarwater binnenvaart, anders dan vanuit een daarop uitmondend lateraal gemarkeerd nevenvaarwater, voorrang verlenen aan een schip dat in dat hoofdvaarwater langs de laterale markering de stuurboordszijde volgt.
6
Een groot schip dat tegen stroom varend een haven of nevenvaarwater wil invaren moet voorrang verlenen aan een groot schip dat voor stroom varend zonder op te draaien diezelfde haven of datzelfde nevenvaarwater in wil varen.
7
Een klein schip dat tegen stroom varend een haven of nevenvaarwater wil invaren moet voorrang verlenen aan een schip dat voor stroom varend zonder op te draaien diezelfde haven of datzelfde nevenvaarwater in wil varen.
8
In afwijking van het eerste tot en met zevende lid moet, ingeval langs een haven of een nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater een teken B.9 (bijlage 7) wordt getoond, een schip dat uit deze haven of dit nevenvaarwater komt voorrang verlenen aan een schip op het hoofdvaarwater.
9
a. Een schip op een hoofdvaarwater mag een haven of een nevenvaarwater niet invaren, indien langs dit hoofdvaarwater voor de uitmonding van die haven of dat nevenvaarwater een of twee rode lichten overeenkomstig het teken A.1 (bijlage 7) in combinatie met een bijkomend teken F.2 onder b (bijlage 7) worden getoond.
b. Een schip mag een haven of een nevenvaarwater niet uitvaren, indien langs deze haven of dit nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater de onder a genoemde tekens worden getoond.
10
a. Een schip op een hoofdvaarwater mag een haven of een nevenvaarwater invaren, indien langs dit hoofdvaarwater voor de uitmonding van die haven of dat nevenvaarwater een of twee groene lichten overeenkomstig het teken E.1 (bijlage 7) in combinatie met een bijkomend teken F.2 onder b (bijlage 7) worden getoond.
b. Een schip mag een haven of een nevenvaarwater uitvaren, indien langs deze haven of dit nevenvaarwater voor de uitmonding daarvan in het hoofdvaarwater de onder a genoemde tekens worden getoond.

Artikel 6.30 Slecht zicht

De vaart in:
* de Witte Tonnen Vlije;
* het Brabants vaarwater;
* het Kanaal door Zuid Beveland;
mag slechts voortgezet worden bij slecht zicht indien men is voorzien van een marifoon.
Op de rest van de Oosterschelde is men verplicht uit te luisteren indien men is voorzien van een marifoon.

Artikel 9.05 Zeilplanken

Voor zeilplanken is het niet toegestaan te varen op de voor de doorgaande vaart bestemde gedeelten van:
* de Schelde-Rijn verbinding;
* het Kanaal door Zuid Beveland;
* het Brabants Vaarwater;
* de Oosterschelde tussen Wemeldinge en de zuidelijke inloop van het Brabantsche Vaarwater;
* de Witte Tonnen Vlije;
* het betonde vaarwater van het Volkerak;
* de Zuid Vlije de Krammer;
* het Zijpe;
* het Mastgat;
* het Keeten.
* de Oosterschelde tussen Wemeldinge en de zuidelijke inloop van het Brabants vaarwater.

Artikel 6.02 lid 3 en Regeling Snelle Motorboten

De bestuurder van een snelle motorboot/waterscooter moet: tenminste 18 jaar zijn;
een registratiebewijs van zijn vaartuig hebben;
tijdens het varen op de zitplaats zitten die voor de bestuurder bestemd is;
- Het vaartuig moet een dodemansknop hebben.
De knop zorgt ervoor dat de motor automatisch afslaat als de bestuurder plotseling onwel wordt of overboord valt.
- een reddingsvest binnen handbereik hebben;
- een reddingsvest dragen indien het vaartuig staande op een open plaats bestuurd wordt;
- voorkomen dat hij andere watergebruikers hindert of in gevaar brengt;
- voorkomen dat de motor van zijn vaartuig onnodig herrie maakt of onnodig draait als het vaartuig stilligt. - De schipper moet een geldig vaarbewijs hebben.
- Een snel schip is verplicht aan andere schepen voorrang te verlenen.


Snelle motorboten mogen des daags harder varen dan 20 km per uur binnen het betonde vaarwater van:
* het Zijpe;
* het Mastgat;
* het Keeten;
* de Witte Tonnen Vlije;
* het Brabants vaarwater;
* het Engels vaarwater;
* de Oosterschelde tussen zuidelijke uitloop Engels vaarwater en de inloop van het Kanaal door Zuid Beveland.
Echter niet:
* dichter dan 20 meter uit de oever;
* dichter dan 50 meter van een zwem- of aanleginrichting,in nabijheid van wedstrijden, waterfeesten, demonstraties of soortgelijke gebeurtenissen;
* bij een zicht minder dan 500 meter;
* in havens aan genoemde vaarwegen.


Er is een waterski-verbod en een verbod te varen met een waterscooter op de gehele Oosterschelde
Plaatsen waar het is toegestaan te waterskien en snel te varen met een waterscooter zijn speciaal gemarkeerd en zijn te vinden op:
* Veerse Meer
* Grevelingenmeer
* Zoommeer
Zie hiervoor de brochure 'Regels en vaargebieden snelle motorboten"
van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (0118-622000).
De brochure is ook verkrijgbaar op de meeste politieboten.
Kaart snelvaren downloaden
Regels en vaargebieden snelle motorboten


De Oosterschelde is een beschermd natuurmonument met:
* Toegankelijke gebieden
* Niet toegankelijke gebieden
* beperkt toegankelijke gebieden
Een brochure over de Natuurbeschermingswet met een kaartje van het gebied zijn verkrijgbaar bij het Ministerie van LNV en op de meeste politieboten.
Droogvallen met een schip en wandelen over het slik is uitsluitend toegestaan in de toegankelijke gebieden, tenzij deze in gebruik zijn als mosselperceel.
In de beperkt- en niet toegankelijke gebieden is varen en ankeren toegestaan, met dien verstande dat voor de niet toegankelijke gebieden slechts een toegankelijke zone geldt van 100 meter buiten de betonning.
Het betreden van drooggevallen slikken en platen is niet toegestaan.
Het afmeren aan boeien en staken die mosselpereelen aangeven is niet toegestaan.
Nabij de stormvloedkering is in alle drie de sluitgaten een gele boeienlijn aangebracht.
Deze boeien hebben een topteken in de kleuren rood-wit-rood.
Dit betekent dat hier niet voorbij gevaren mag worden in verband met de veiligheid en de sterke stroming ter plaatse.

Vaarbewijzen en nautische uitrusting van kleine schepen

Voor het sturen van een schip langer dan 15 meter of een snelle motorboot is op de Oosterschelde een klein vaarbewijs deel II vereist.
Op de gehele Oosterschelde, dus ook Krammer, Zijpe, Mastgat en Keeten geldt voor schepen langer dan 15 meter, en schepen die sneller kunnen dan 20 km/hr de verplichting van het vaarbewijs II. Op snelle motorboten is een zwemvest voor iedere opvarende, een brandblusser en een dodemansknop verplicht.
Er zijn voor andere schepen geen verplichte uitrustingsstukken, doch een advies luidt:
* recente hydrografische kaart
* kompas
* reddingsvest voor elke opvarende
* brandblusser
Indien een schip is uitgerust met een marifooninstallatie is men verplicht uit te luisteren op kanaal 68, zijnde het marifoonkanaal voor het blokgebied Oosterscheide.

Artikel 2.02 Kentekens van kleine schepen

Een klein schip mag deelnemen aan de scheepvaart indien het voorzien is van een naam of kenspreuk.
Ook moet de naam en de woonplaats van de eigenaar aan de binnenzijde zijn aangebracht.
Uitgezonderd zijn roeiboten en zeilschepen korter dan 7 meter.